Intelligentie-onderzoek bij (vermoedelijk) hoogbegaafde kinderen, het is een vak apart. Deze kinderen zijn vaak niet gewend om met moeilijke opdrachten om te gaan, en intelligentie-onderzoek is juist zó ontwikkeld dat alle kinderen uitdagende opdrachten tegenkomen. Voor sommigen is het best even schrikken als zij tijdens een intelligentie-onderzoek geconfronteerd worden met opdrachten waarop ze niet direct het antwoord weten. Wat doe je als een antwoord niet automatisch in je hoofd ‘plopt’? En wat gebeurt er eigenlijk als je een fout antwoord geeft, of zegt wat je iets niet weet? En als je twijfelt, moet je dan een antwoord wel geven of juist niet?
Als een kind zegt ‘ik weet het niet’, begint voor mij de grote puzzel. Weet een kind het echt niet? Heeft zij voldoende tijd genomen om rustig over de opdracht na te denken? Heeft hij misschien wel een idee over het juiste antwoord, maar twijfelt hij of het wel goed is? Wat wonderbaarlijk goed werkt, is om kinderen uit te nodigen om te gokken. Ik leg dan uit dat ik heb gehoord dat ze het niet weten en dat dat niet erg is, maar dat ik ze wil vragen om toch een antwoord te geven. Vooral bij de meerkeuzeopdrachten werkt dat goed, omdat kinderen daarbij kunnen kiezen uit meerdere plaatjes (antwoordmogelijkheden). Het enige wat ik dus van ze vraag, is om één van de vijf plaatjes aan te wijzen.
Wat er vervolgens opvallend vaak gebeurt, is dat kinderen het juiste antwoord kiezen. En niet één keer, maar meerdere malen achter elkaar. Vaak gevolgd door de tekst: ‘Ik dacht al dat het die was, maar ik twijfelde erover.’ Gokken lijkt alle druk van de ketel te halen en kinderen over de streep te trekken om alsnog hun antwoord te delen. En dat geeft mij weer waardevolle informatie over wie dit kind is en wat hij/zij in zijn/haar mars heeft.
Gokken op een intelligentietest, het klinkt tegenstrijdig, maar is in sommige gevallen essentieel om verder te kunnen kijken dan ‘weet ik niet’.